Dode Aa

De beemd in het oude Aa-dal

Voordat de Zuid-Willemsvaart aangelegd is omstreeks 1820 – ‘25, stroomde het riviertje (de beek) de Aa hier vrij door een natuurlijk dal. De Aa is net als de Dommel een regenwaterrivier. Door een hoogteverschil van enkele tientallen meters stromen beide rivieren vanuit uit de Kempen richting Den Bosch. Daar komen ze samen in de Dieze die daarna afwatert op de Maas. De beken zochten zelf een natuurlijke loop in het landschap tussen de wat hoger gelegen zanddonken door. Een natuurlijk beekdal kenmerkt zich daarnaast door een grote diversiteit aan planten en dieren.

Als je vanuit Den Dungen naar Berlicum wilde ging je vanuit de Spekstraat over een zandpad richting de Hooidonkse dijk waarna je over de ‘Hoge Vonder’, een nogal primitieve brug over de Aa ging.

Deze situatie wijzigde aanzienlijk na de aanleg van de Zuid-Willemsvaart. Hierbij werd een deel va de Aa gekanaliseerd en aangelegd aan de Berlicumse kant van het kanaal. Aan de Dungense zijde bleef dus een gedeelte, ‘oude Aa’ over. En als je dan naar Berlicum wilde moest je omrijden via de Dungense of Middelrodense brug. Momenteel is door de komst van een nieuwe fietsbrug dit probleem voor het langzaam verkeer voorbij. Het kanaal is trouwens aangelegd om het gebied van zuid- oost Brabant beter te ontsluiten en daarmede de handel en economie te stimuleren.

De oude Aa heeft altijd nog een watervoerende functie gehad. Het gaat dan over de afwatering vanaf Schijndel en het Middelrodens Woud. Neerslag uit deze gebieden werd afgevoerd door de Kwalbeek en deze waterde af in de Aa nabij het gehucht de Hoek, iets zuidelijker van hier. Uiteindelijk werd dit water toch weer samengebracht in de Aa. Vlak voor de Dungense brug ligt hiervoor nog een oud sifon onder het kanaal door. Dit sifon had echter te weinig capaciteit waardoor deze beemden nog vaak onderwater heeft gestaan. Dit probleem is pas opgelost na de ruilverkaveling in de jaren zestig van de vorige eeuw.

De Hooidonkse dijk ging hier vroeger over in de Spurkse dijk. De laatste anderhalve kilometer van de ringdijk van Den Dungen is hier reeds afgegraven. Dit gedeelte liep vanaf de Spurkstraat naar het Grinsel en stak daarna de Verlengde Hoogstraat over en ergens tussen Kuipertjes Wal en de Zandstraat te eindigen. Aldaar was het land hoog genoeg gelegen en was een dijk overbodig.

De Wielen die her en der aan de ringdijk zijn gelegen zijn allemaal ontstaan door dijkdoorbraken. Deze doorbraken spoelde daarbij veel zand weg dat over de binnenpolder werd uitgespreid (zgn. overslaggronden). Na de dijkdoorbraak werd de dijk aan de buitenzijde om het wiel heen hersteld.  We zien aan de Hooidonkse dijk ook waterplassen aan de buitenzijde van de dijk aan liggen. In de volksmond worden dit ‘Kwebben’ genoemd. Deze zijn deels ontstaan doordat het hoogwater zand wegspoelde bij de voet van de dijk. Daarnaast zijn deze gronden laag gelegen omdat het zand bij de aanleg van de Ringdijk in 1600-16540 daar vandaan kwam. Op initiatief van de stichting het oude Aa-dal zijn deze waterpartijen recentelijk opnieuw uitgegraven voor natuurherstel.

© Copyright - Heemkundevereniging ”Op die Dunghen”