Bouw bejaardenhuis foto 01 Stichtingsbestuur Bejaardenhuis

Het Stichtingsbestuur Bejaardenhuis.
V.l.n.r. : Pastoor W. Cox, Zr. Cunera, Cor van den Oetelaar, Wil van den Hurk-Broeren, Jan van Zandbeek (vanaf circa 1969 namens het Dungense gemeentebestuur) en Jos Schakenraad (secretaris).
Op de foto ontbreekt een van de belangrijkste initiatiefnemers tot het bouwen van het nieuwe bejaardentehuis Jos Cooijmans.

Het omstreeks 1930 gebouwde voormalige Dungense bejaardenhuis St. Antonius voldeed in de jaren zestig van de vorige eeuw geenszins meer aan de eisen van de tijd.

Vandaar dat de plaatselijke overheid samen met het kerkbestuur naar wegen zochten om een nieuw bejaardenhuis voor de ouderen in het dorp te laten bouwen. De eerste informele besprekingen tot de oprichting van een nieuwe stichting vonden in 1966 plaats. Op 7 februari van dat jaar werden de bij Zr. Cunera, pastoor W. Cox en Cor van den Oetelaar levende ideeën aan het hoofdbestuur van de Zusters van Liefde in Schijndel voorgelegd. Op 15 maart daarop volgde de eerste officiële bijeenkomst in het oude Dungense bejaardenhuis, op 30 maart gevolgd door een gesprek op de pastorie van Den Dungen. Het uiteindelijk doel hiervan was om te komen tot de oprichting van een “Stichting Bejaardenhuis”.

Het St. Antoniusgesticht was tot dan eigendom van de Schijndelse kloosterorde, maar het lag in de bedoeling om het eigendom aan de nieuw te vormen stichting over te dragen. De nieuwe stichting zou verder zorgdragen voor het ontwikkelen, het financieren en het uitvoeren van het nieuw te bouwen bejaardenhuis. Stap voor stap werden de plannen concreter tot dat op 1 november 1970 het bestuur van het oude bejaardenhuis werd opgeheven en het nieuwe “Stichtingsbestuur Bejaardenhuis” tot stand kwam. De benaming van het nieuwe bejaardenhuis zou later veranderen in de meer eigentijdse benaming verzorgingtehuis. Kenmerkend van de nieuwe situatie was dat het verzorgingshuis, dat de naam “De Donk” zou gaan krijgen, voortaan bestuurd zou worden door een “onafhankelijke” stichting. De dagelijkse leiding zou echter nog wel door een van de kloosterzusters van de Schijndelse orde worden uitgevoerd.